Interview

Samenwerking onderwijs en bedrijfsleven biedt kansen

Amersfoortse onderwijsinstellingen zoeken op verschillende manieren aansluiting bij het bedrijfsleven. Want: tussen een vak leren en een beroep uitoefenen zit een wereld van verschil. Door studenten al tijdens de opleiding praktijkervaring op te laten doen, bevorderen onderwijsinstellingen een succesvolle overgang van onderwijs naar de beroepspraktijk. Zo biedt MBO Amersfoort studenten de kans ervaring op te doen in eigen onderwijsbedrijven, zoals Koppel’t en Leerhotel Het Klooster. De Hogeschool Utrecht laat studenten zelfstandig projecten uitvoeren voor bedrijven. Een enorm potentieel voor ondernemers in de regio, die staan te springen om gekwalificeerd personeel.

Voor toekomstig talent zit je als bedrijf goed in Amersfoort: er studeren zo’n 12.000 mbo-studenten (8.500 MBO Amersfoort en 3.500 ROC Midden Nederland) en 2.800 hbo- en wo-studenten. Daarnaast is er een breed aanbod aan opleidingen. MBO Amersfoort biedt 131 verschillende opleidingen, in branches als economie en ondernemen, zorg en welzijn, techniek, veiligheid, maar ook bijvoorbeeld leisure en toerisme. ROC Midden Nederland voegt daar nog eens zeven mbo-colleges aan toe, van bouw en interieur tot business en administration en van gezondheidszorg tot welzijn. Studenten aan de HU volgen op de Amersfoort-campus opleidingen in ondernemerschap en retailmanagement, bedrijfskunde, facility management, event management, de Pabo, pedagogiek en vaktherapie. Daaraan worden naar verwachting in de komende jaren verschillende Associate Degree-opleidingen toegevoegd; korte hbo-opleidingen waarmee afgestudeerde mbo’ers hun kansen op de arbeidsmarkt verbeteren. Tot slot is er nog SOMT University of Physiotherapy. Daar volgen studenten op hbo- en wo-niveau onderwijs in fysiotherapie.

Toegeruste afstudeerders met praktijkervaring
Hoe benut het regionaal bedrijfsleven het talent binnen deze opleidingen? Ten eerste is er het potentieel aan de hoeveelheden stages die worden uitgezet; alleen al bij MBO Amersfoort zijn dat er 5.800 per jaar. Daarnaast is er vanuit de opleidingen veel aandacht voor werkplek-leren, waardoor afstudeerders beter beslagen ten ijs komen. MBO Amersfoort gebruikt bijvoorbeeld een uniek onderwijsconcept, ‘Onderwijs in Bedrijf ’.

‘Wij verdelen onze opleidingsprogramma’s in drie delen. Ten eerste, een generiek deel met vaktheorie en vakken als talen, maatschappijleer en ondernemen. Ten tweede, een praktijkdeel, waarin studenten in een zo realistisch mogelijke omgeving ervaring opdoen, bij onze eigen onderwijsbedrijven of bij partners. Tot slot gaan de studenten ook nog op stage,’ vertelt Bert van Wede, directeur Onderwijs in Bedrijf. ‘Vanaf dag één leiden we studenten op in het vak én in het beroep. Als jij in een restaurant eet en je entrecote wordt technisch uitstekend geserveerd, maar met de mondhoeken naar beneden, dan ervaar je het anders, dan wanneer iemand vriendelijk glimlacht en na een tijdje vraagt hoe het smaakt. Dat is het verschil tussen vak en beroep. Het gaat ook om service.’

‘Vanaf dag één leiden we studenten op in het vak én in het beroep’

MBO Amersfoort heeft verschillende onderwijsbedrijven, waaronder Leerhotel Het Klooster, Koppel’t, Salon de Nieuwe Stad en Fit Academy Bokkeduinen. ‘Het voordeel voor het bedrijfsleven en voor bijvoorbeeld zorginstellingen is dat ze jongelui krijgen die al iets van het beroep en van het vak weten. Studenten die al in een realistische omgeving hebben gewerkt.’

‘Ik heb wel het idee dat het huidige onderwijs lonkt naar meer werkplek-leren, ook in het hbo zie je dat er meer plek in curricula komt voor projecten met bedrijven,’ vertelt Hedzer Kooistra, docent Ondernemerschap bij de opleiding Ondernemerschap & Retailmanagement van de HU. Zijn opleiding kent geen traditionele stages, maar studenten organiseren hun praktijkopdrachten zelf. De studenten krijgen in het eerste jaar nog handreikingen in de vorm van bedrijfsbezoeken maar daarna moeten ze hun eigen opdrachten acquireren.

‘We verwachten van onze studenten veel zelfstandigheid en ondernemend gedrag. Ze krijgen de vrijheid om samen met bedrijfsleven projecten uit te voeren die aansluiten bij hun ambities. Een aantal verplichten onderdelen zijn o.a. het maken van een businessplan, een marketingcommunicatieplan en HRMadvies, maar de routes van de student zijn verschillend. De student met ambities in de autobranche doet dat voor Pon in Leusden, de student met interesse in de retail voor de Spar in Amersfoort,’ legt Kooistra uit.

Een paar keer per jaar organiseert de opleiding samen met externe partners evenementen om de samenwerking tussen studenten en bedrijven te stimuleren. Zo bood het Koppelpoort evenement in januari een podium voor ondernemende studenten van de opleiding Ondernemerschap & Retailmanagement. Studenten en bedrijven werden op een laagdrempelige manier met elkaar in contact gebracht. ‘De crux van het succes van deze voorbeelden schuilt in de samenwerking tussen opleidingen en hun samenwerkingspartners. Alleen komen we er niet.’ aldus Kooistra.

Een rijke leercontext
Hoe haal je als bedrijf het meeste uit een samenwerking met een stagiair? Zowel Van Wede als Kooistra benadrukken het belang van een goede leercontext. ‘Een stage moet een lust zijn, zowel voor de student als voor het bedrijf,’ vindt Van Wede. ‘Stagiaires bieden extra workforce, maar als bedrijf heb je ook de verplichting ze goed te begeleiden. Het is niet zo dat je daarvoor iemand 100% moet vrijmaken, maar er is wel een leermeester nodig waarbij een student met vragen terecht kan.’

Kooistra vult aan, ‘Wij zoeken leercontexten die rijk zijn, waar studenten veel kunnen leren, waar opdrachten uitdagend zijn. Bedrijven moeten er ook echt iets mee willen doen. Een investering in samenwerking met onderwijs vraagt van beide kanten toewijding. Laat jezelf zien op interactiemomenten, kom naar evenementen, maak een praatje. Als je dat doet hengel je talent binnen.’