Interview

Abrona-vestiging Blokzijlpark zoekt verbinding met het bedrijfsleven

‘Deze jongeren hebben allemaal hun talenten’

De argeloze voorbijganger heeft vaak geen idee wie er wonen in de appartementen met de kenmerkende gouden kozijnen, gevestigd aan Blokzijlpark 1 in Vathorst. ‘Abrona’, zo vertellen grote letters aan de gevel. Zijn het ouderen? Mensen met een lichamelijke beperking? Nee! Het zijn twaalf jongeren met een licht verstandelijke beperking of licht psychiatrische problematiek, die hier groeien naar zelfstandigheid. Mensen die ook het bedrijfsleven veel te bieden hebben, weet begeleider Kenneth Martens. En andersom natuurlijk.

Hij hoopt die twee werelden met dit interview een beetje dichter bij elkaar te brengen. ‘Ik vind dat je alle mensen met een beperking een kans moet geven, maar deze jongeren hebben het in zich om echt ver te komen’, zegt Kenneth. ‘Ze hebben allemaal hun talenten. De één is super zorgzaam, de ander is heel slim en weer een ander is enorm sociaal. En ze zijn jong.’ Net als hijzelf. Met zijn 24 jaar past Kenneth perfect bij de doelgroep waarmee hij werkt; twaalf jonge mensen in de leeftijd van 21 tot 40 jaar. ‘Voor sommige bewoners ben ik zelfs nog een broekie, haha.’ Na zijn studie stoomde hij door naar het talententeam van Abrona, de zorgorganisatie voor diverse doelgroepen met tientallen vestigingen in midden-Nederland. Bij de vestiging ‘Blokzijlpark’, waar hij uiteindelijk belandde, heeft Kenneth het helemaal naar zijn zin.

Eigenwijs en leergierig
‘Het geeft me veel voldoening om cliënten te begeleiden naar zelfstandigheid’, vertelt hij. ‘Er komen hier jongeren binnen die weinig tot niks van het huishouden weten. Hoe moet je koken? Wassen? Het huis schoonmaken? Of gewoon goed voor jezelf zorgen? We gaan met ze aan de slag en als ze dan aan het einde van de rit alles zelf kunnen, dan is dat heel tof. Het mooie is dat deze jongeren ontzettend leergierig zijn. Soms ook enorm eigenwijs, ze hebben allemaal hun eigen ‘koppie’, maar ze weten heel goed wat ze willen.’

In elk geval stappen vooruit zetten in hun leven. Kenneth: ‘Wij zijn een ontwikkelhuis. De jongeren komen hier vanuit verschillende situaties binnen. Sommigen hebben hiervoor zelfstandig gewoond, maar merkten dat ze er nog niet aan toe waren. Anderen spreiden hun vleugels vanuit het ouderlijk huis of komen van een andere Abrona-vestiging en zijn nu klaar om door te groeien naar de laatste stap: zelfstandig wonen met ambulante begeleiding. Sommige cliënten zijn echt al ver, daarvoor fungeren wij enkel nog als achterwacht. De een gaat overdag gewoon naar zijn of haar werk, de ander volgt dagbesteding. In het gewenste scenario wonen de jongeren hier twee jaar, maar sommigen hebben wat langer de tijd nodig.’

Goede buren
Kenneth en zijn collega’s geven gerichte trainingen, bijvoorbeeld in het omgaan met geld of leren koken, en houden bij hoe het met de gestelde doelen staat tijdens begeleidingsgesprekken. De cliënten hebben allemaal een eigen studio, met een eigen voordeur, sanitaire voorzieningen, een keuken, woonkamer en een balkon. ‘Een mini-huishouden. De ideale ruimte om te leren.’

Bijeenkomen doen ze in de gemeenschappelijke huiskamer. Om koffie te drinken, te borrelen, spelletjes te doen of gewoon bij te praten. ‘Wij zeggen altijd: je hoeft geen vrienden van elkaar te zijn, maar wel goede buren. In het weekend gaan veel jongeren naar familie of vrienden, maar als er een groepje hier blijft gaan we wat leuks doen. Laatst hebben we nog een terrasje gepakt. We gaan er graag op uit.’

Meer bekendheid
De cliënten van Abrona Blokzijlpark hebben hun plek in Vathorst gevonden. En dat geldt ook voor de zorgorganisatie zelf. Meer bekendheid en een sterkere binding met het Amersfoortse bedrijfsleven is de volgende stap. Dat past helemaal bij de ontwikkeling die Abrona doormaakt. De teams van de diverse vestigingen zijn in steeds hogere mate zelfsturend.

Kenneth: ‘Voor grotere uitgaven hebben we natuurlijk toestemming nodig, maar een pannenset mogen we zelf aanschaffen. Dat is maar een klein voorbeeld. Deze ontwikkeling betekent ook dat we zelf connecties moeten maken met andere organisaties in het maatschappelijk veld en het bedrijfsleven. Wij zijn dus volop bezig met netwerken. We merken daarbij dat het best lastig is om als zorginstelling het bedrijfsleven binnen te komen. Veel bedrijven kennen ons niet of hebben geen idee hoe we elkaar kunnen helpen.’

Niet zielig
‘Onze cliënten kunnen wel degelijk wat betekenen voor bedrijven’, vervolgt hij. ‘Ze kunnen niet allemaal veertig uur maken, maar op de dagen dat ze er zijn, kunnen ze veel. Een van de jongeren wast momenteel bussen bij een bedrijf, dat is zijn werk. Is hij heel blij mee. Maar het is niet gemakkelijk om zulke werkplekken te vinden. Vanwege hun lichte beperking vallen ze vaak buiten een gediagnosticeerde groep. Ze hebben niet altijd een stempel. Dat kan de afstand tot de maatschappij groter maken. Mijn oproep: stel je open voor deze doelgroep. Kijk waar de mogelijkheden zijn. Onze cliënten zijn niet zielig en vinden het juist leuk om bedrijven te helpen of aan activiteiten bij te dragen. Wordt er ergens wat leuks georganiseerd? Wij doen graag mee! De komende tijd komen we graag in contact. Uiteindelijk zijn ook wij een bedrijf. Je merkt er niet zoveel van in de markt, maar we zijn het wel degelijk.’