Interview

Amersfoort, bolwerk van erfgoedorganisaties

Amersfoort groeit meer en meer uit tot een bolwerk van erfgoedorganisaties. Een toenemend aantal bedrijven met hart voor monumenten is actief in en rond het historische centrum van de ‘keistad’. Wat maakt Amersfoort tot een geschikte thuisbasis voor zoveel erfgoedorganisaties? Een rondgang.

    

Vanuit een fraaie vergaderkamer kijkt Susan Lammers door de grote glazen ramen van het gebouw van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), waarachter glimpen van de historische schoonheid van Amersfoort te zien zijn. Op een steenworp afstand baadt de iconische Koppelpoort in het zonlicht. ‘Dit is een prachtige plek voor ons’, zegt de algemeen directeur van de RCE. ‘Heel fijn om zoveel erfgoed om ons heen te hebben. Je kunt het hier gewoon overal aanraken.’

‘Je zet twee stappen buiten de stad en daar is het niet anders’, vervolgt Lammers. ‘Van het oerbos dat vorig jaar op landgoed Den Treek-Henschoten gevonden is tot het varend erfgoed in BunschotenSpakenburg. Je kunt in deze regio alle kanten opkijken en er is erfgoed te zien. Doordat wij in zo’n mooie historische stad gevestigd zijn, in zo’n fantastisch gebouw en ook nog in het hart van Nederland, kunnen we een ontmoetingsplaats zijn.’

Niet alleen de RCE gedijt in deze monumentale setting. Steeds meer erfgoedorganisaties kiezen voor Amersfoort als vestigingslocatie. Erfgoedstad? Volgens Lammers mag Amersfoort die titel met recht dragen. De RCE is één van de aanjagers van die ontwikkeling. Ze streek in 2009 met verschillende afdelingen neer in een beeldbepalend pand aan het Smallepad. In haar kielzog trokken diverse erfgoedorganisaties naar Amersfoort, zoals het Nationaal Restauratiefonds, BOEi (Behoud, Ontwikkeling en Exploitatie van Industrieel Erfgoed), de Vakgroep Restauratie, de Nationale Monumenten Organisatie (NMo) en het Nationaal Centrum Erfgoedopleidingen (NCE).

Huis van het erfgoed
Op naar één van die organisaties: het Nationaal Restauratiefonds. Deze expert in de financiering van monumenten huist in het voormalige onderkomen van levensverzekeraar Levob, een gemeentelijk monument aan de Utrechtseweg dat volgens Kees-Jan Dosker ‘nieuwe zakelijkheid’ uitstraalt. De directeur van het Nationaal Restauratiefonds kan zich voor zijn organisatie geen betere thuisbasis wensen dan Amersfoort. Centraal in het land en te midden van monumenten en andere erfgoedorganisaties is het uit praktisch oogpunt een ideale vestigingslocatie. Dat wist Dosker al uit zijn tijd als divisiedirecteur van Staatsbosbeheer. ‘Toen ik bij mijn sollicitatie eind 2016 bij het Nationaal Restauratiefonds hoorde dat het een paar maanden later naar Amersfoort zou verhuizen, dacht ik: dan zitten we helemaal goed.’

Al die bedrijven kiezen natuurlijk niet voor niets voor Amersfoort, stelt Dosker. ‘Naast de aanwezigheid van veel erfgoedpartijen is de geografische ligging voor een landelijk actieve organisatie zoals wij perfect. En het OV! Dat is hier echt goed geregeld. We zitten hier bijvoorbeeld dicht bij een station.’

Ook Dosker betitelt Amersfoort als ‘erfgoedstad’. ‘Je kunt zeggen: er zijn andere steden met veel monumenten. Dat klopt. Bijvoorbeeld Deventer, Dordrecht en Amsterdam zijn grote monumentensteden. Maar wat ze niet zijn, is een plek waar zoveel erfgoedpartijen actief zijn. Die combinatie, veel erfgoed, veel erfgoedorganisaties en letterlijk midden in het land, maakt Amersfoort uniek. Met een gemeentelijk apparaat dat er echt voor gaat. Je kunt het mooi in slogans roepen, maar je moet het wel doen. Ik heb de Amersfoorter zeker niet leren kennen als een type dat zichzelf op de borst slaat. Het feit dat hier zoveel erfgoedpartijen gevestigd zijn, roepen ze niet van de daken. Maar dat groeit op die Amersfoortse manier ondertussen wel steeds verder uit.’

Magie van het verleden
Ook Flip van de Burgt voelt zich als een vis in het water in Amersfoort. Zijn bouw- en restauratiebedrijf Van de Burgt & Strooij, dat hij samen met Remco Strooij runt, is hier al negentien jaar lang op zijn plek. Hoe kan het ook anders, met een binnen stad die tal van schitterende monumenten herbergt. Om de zoveel meter kun je je laven aan pracht en praal uit de middeleeuwen, aan gebouwen die de magie van het verleden dragen.

In die fraaie setting voert het bedrijf van Van de Burgt en Strooij onder andere restauratieprojecten uit in opdracht van de gemeente Amersfoort en Stadsherstel. ‘Remco en ik zijn allebei Amersfoorter in hart en nieren. We kunnen nog steeds genieten van de schoonheid van deze stad. Het voelt daarom heel bijzonder dat we bijvoorbeeld de Monnikendam, de Kamperbinnenpoort en de Dieventoren hebben mogen restaureren. En we zijn in eigen stad aan de slag met de restauratie van het kloostercomplex De Mariënhof. Dat zijn natuurlijk heel leuke projecten.’

Ook Van de Burgt constateert verheugd dat Amersfoort is uitgegroeid tot een centrum van monumentenzorg. ‘De centrale ligging heeft ongetwijfeld een grote rol gespeeld’, zegt hij.

Nationale kunstdepot CC NL
Meer erfgoedorganisaties vinden de komende jaren hun weg naar Amersfoort, zo luidt de verwachting. Een zekere aanwinst is het CollectieCentrum Nederland (CC NL). Dit nationale kunstdepot biedt straks onderdak aan de collecties van het Nederlands Openluchtmuseum, Museum Paleis Het Loo, het Rijksmuseum en de RCE. Deze schatkamer telt dan zo’n 675.000 objecten en krijgt daarnaast onderzoeksfaciliteiten en kantoren. De bouw van het omvangrijke project is inmiddels begonnen.

‘Dat is een nieuwe loot aan onze erfgoedstam’, zegt directeur Lammers van de RCE. ‘Het CC NL wordt het grootste kunstdepot van Nederland, van waaruit we de musea gaan bevoorraden. Het bijzondere eraan is dat het niet sec een depot is, maar dat er ook restauratieateliers en onderzoeks- en studieruimtes in komen. Voor Amersfoort is het een aanwinst. Het is niet verwonderlijk dat het depot hier gevestigd wordt. Dat heeft te maken met de ligging, de goede bereikbaarheid en de manier waarop deze stad naar erfgoed kijkt.’